Column

De Belofte

Dio
© Dio himself

Als een magneet word ik naar haar toegetrokken. Mijn voeten doen hun werk, nog voor mijn hoofd kan registreren waar ik mee bezig ben. Ze kijkt me aan. Ondoordringbare bruine ogen die elke beweging van mij volgen. Ze heeft iets speciaals. Iets ongrijpbaars. Maar ze is ook, hoe omschrijf je dat, puur. Het is echt wat ik zie. Zij is echt.

Wacht.

Kijkt ze wel echt naar mij?

Is zij iemand die, als ik weer eens verdwijn, met mij zou willen verdwijnen? Ik doe dat niet expres. Ik verveel me gewoon snel. Avontuur wil ik. Energie. Vuur.

Ze kijkt weer weg. Nu ben ik degene die haar volgt. Er hangt iets om haar heen. Een belofte. Zij is een persoon die kan beloven dat ik altijd mezelf kan zijn in de tijd dat we samen zijn. Dat zij, en haar vurige ongrijpbaarheid altijd bij me zullen blijven, waar ik ook heenga. Of kun je dat niet garanderen? Kun je überhaupt garanderen dat je voor altijd onderdeel van een duo bent?

‘Hoi.’

Ik schrik op uit mijn droom. De belofte staat voor me en kijkt me met die grote bruine ogen aan. Van dichtbij is ze nog mooier, nog echter, nog rauwer. Al gauw schieten haar ogen naar mijn wollen jas met daaronder mijn te grote hoodie en mijn trainingsbroek. Een gevoel van schaamte maakt zich meester van mijn hart.

© Dio
© Dio himself
Avontuur wil ik. Energie. Vuur.